woensdag 16 september 2015

Foals: - What Went Down (2015) -- Album Review

Foals
What Went Down
Indie Rock, Post-punk
Release: 28 Augustus, 2015



De nieuwe van Foals brengt een kleine stijlverandering met zich mee en komt over de toog met meer focus dan we van de indie-rockers gewent zijn. De plaat heet What Went Down en kwam reeds uit op 28 augustus bij Transgressive Records. Zoals de titel van het album al doet vermoeden, is deze release wat somberder dan voormalige langspelers van de band. In een interview bij Q Magazine dat op 7 Augustus de wereld werd ingestuurd, verklaarde zanger Yannis Phillippakis ‘pessimistisch’ te zijn over de medemens. Hij zei toen ook, “For all the Googling, all the selfies, all the great IKEA furniture, the world is as savage and dark and brutal as ever.” (via Q Magazine). Met dit in gedachten is het niet verrassend dat het nieuwe album zo’n lage noot aanslaat. Maar het komt wel onverwacht van een band als Foals die al bij al toch niet zo pessimistisch leek te zijn.

Toen Holy Fire uitkwam in 2013, bleek het dat Foals zowel de Math-Rock geïnspireerde Dance-Punk van Antidotes (2008) als de Dream Pop zwoelheid van Total Life Forever (2010) achter zich gelaten had, om zich neer te leggen bij een comfortabeler Pop Punk gevoel en geluid dat spijtig genoeg niet zo coherent overkwam. Er waren nog energieke nummers te bespeuren à la 'Cassius', maar de punch leek toen naar mijn mening nagenoeg uit hun muziek verdwenen te zijn. De single die destijds uitkwam, ‘My Number’, vond haar basis in de Dance-Punk, maar klonk als niets meer dan de commercieel-gerichte huls van een lied dat de bedoeling had Foals naar de mainstream te leiden. Op zich was de single niet slecht want het is een catchy nummer, maar het bleek de bodem uit hun muziek te halen.

Nu schotelen de veulens ons een nieuwe visie voor van wat hun muziek behelst. What Went Down is een donkere, zware mix van hun Dance-Punk geluid door de waas van de Post-Rock getrokken, en afgewerkt met de kwaliteit van de productie die te horen was op Holy Fire. De geleverde muziek klinkt initieel een beetje minder afgewerkt: het heeft wat meer pit, wat meer ruwheid, misschien zelfs een extra teen. Het is een plaat die de logische evolutie lijkt te zijn van een band die zich niet tevreden stelt met de relatieve gemakken van de mainstream. Foals durft de nek al eens uit te steken, of dat lijkt toch zo. Het album vormt voor mij de symbiose van de vele stijlen en kleuren die Foals al gecreëerd hebben in hun carrière. Het voegt er zelfs nog een paar nieuwe ideeën bij zonder de essentie van de muziek te veranderen—wat zowel positieve als negatieve gevolgen heeft.

Het is een album dat vooral volwassen klinkt. Hier vind je niet meteen de pure speelsheid die je zou verwachten van een band als Foals, maar onder de laag vernis zit wel serieus wat venijn verborgen. De ritmes kolken. Er zit iets krachtigs verborgen net onder het oppervlak, maar je hoort of ziet het amper. Hier en daar komt de ruwheid dan plots naar boven. Het is te lezen in de titels van de nummers die hier verzameld zijn, en het is te horen in de liedteksten. 

Ik denk hier aan het eerste nummer, titel-track ‘What Went Down’, waar Yannis Phillippakis tevens het beste van zichzelf laat horen. Veel van de beelden die in zijn teksten verschijnen, doen somber aan. “I buried my heart in a hole in the ground”, “When I see a man, I see a lion”, en “I fell for a girl with a port-wine stain / I knew her initials but never her name” zijn zo enkele versregels uit het nummer. Het schildert een kille wereld af waar identiteit niet meer is dan een uiterlijk, waarbij de menselijkheid—of zeg maar, de inhoud—van mensen wegvalt. Als de titel van het nummer een vraag was (“What went down?”) zou het antwoord waarschijnlijk ‘humanity’ zijn. ‘A Knife in the Ocean’, tweede single en afsluiter van het album, wijst inhoudelijk in dezelfde richting. Thematisch is dit zeker het kilste album dat Foals al bij elkaar geschreven heeft.

Er zit een lichte ruis over de opnames van elk instrument die het hele album zowel gepolijst als vuil doet overkomen. Het klinkt wat onafgewerkt, maar dat helpt de intensiteit wanneer die aanwezig is in de nummers. Vooral ‘Snake Oil’ spreekt me hierin sterk aan. De zingende, bijna verdronken gitaren; de bas en drums die het allemaal bij elkaar houden met hun stompen; en dan die zang. Jongens, meisjes: die zang. Iemand mag tegen mijn schenen komen trappen als dat niet de beste prestatie is die Phillippakis kon brengen. Hij komt echt sterk uit de hoek met een vertwijfelde, harde toon die zo zacht en tegelijk ook zo sterk kan zijn.

Hierbij komt dan het zachte gezoem van de keyboards dat alles doopt in het wijwater des onheils. Dit is het zwaarste album dat Foals al uitgebracht heeft, zonder twijfel, hoewel de gitaren hier eigenlijk meer op de achtergrond liggen. Het toetsenspel komt wat meer voorop komt te staan in de mix, en dat zorgt voor de donkere, soepele tonen die het hele album overspoelen met een buiten-wereldse sfeer, terwijl de gitaarlijnen gestaag de druk opvoeren. De hevigste tracks klinken met andere woorden telkens als wespennesten: je weet dat er gevaar kan zijn, maar je hoort eigenlijk alleen maar kwaad gezoem komen vanuit een wassen doos.

Deze aanpak werkt erg goed voor individuele nummers. Het feit dat de band niet expliciet uithaalt, doet niet af aan de kwaliteit van sommige nummers hier. Het laat Foals toe om een lied traag te laten ontplooien, en ze zijn er gewoonweg goed in. Dit is hun grote forté, wat mij betreft: een lied van zacht naar luidkeels brengen in een prachtige explosie van geluid. Een gestage crescendo van intensiteit. Ze deden het al bij geweldige nummers als ‘Spanish Sahara’ van Total Life Forever en ‘Inhaler’ van Holy Fire. Op die momenten omarmen ze hun Post Rock roots en gaan ze voluit. Het album bevat echter ook een aantal ballades die sterk contrasteren met de zwaardere nummers.

London Thunder’ is zo’n ballade. Het toont hoe geoefend de indie-rockers zijn in het schrijven van steengoede melodieën. Op zich is dit het perfecte voorbeeld van de evolutie die Foals nu lijkt door te maken als band. Het nummer zit vast tussen de progressie van de Dance-Punk en hoe ingehouden Indie Rock kan zijn, maar de band rijkt terzelfder tijd een nieuw visie op beide aspecten aan door de melodie zo open te brengen en zo centraal te zetten. Het komt dan wel niet verrassend over, maar het is wel de beredeneerdste toepassing van al wat deze heren in hun carrière tot nu toe hebben bereikt. 'Birch Tree' is hier ook een voorbeeld van, wat mij bereft.

Het is daarmee ook niet gezegd dat het album uit de voegen barst met enkel frisse ideeën en hevigheid. ‘Lonely Hunter’, bijvoorbeeld, kon evengoed op Holy Fire gestaan hebben, en biedt eigenlijk niet veel meer dan de gedachte: “Hé, hoor daar, het volgende nummer in de tracklist, en het is van Foals”. Hiermee wil ik niet zeggen dat het slecht is, want het heeft wat mij betreft de meest aansprekende melodie van de tien tracks samengenomen. Het is er gewoon zonder meer. Zulke nummers zorgen ervoor dat de loop van het album stilvalt, en spijtig genoeg komen zulke specimen vooral in de tweede helft van het album voor. Als luisteraar ga je dan wat meer letten op de fijnere kanten van het geluid, wat niet steeds even positief uitkomt. Op zijn ergst is het gewoon saai en klinkt het inspiratieloos.

Het probleem zit hem voor mij in het volgende: er is niets dat echt verrast eens je de nieuwe toon gewoon raakt. Individuele nummers, en dan vooral in de eerste helft van het album, kunnen overtuigen op hun eigen manier. Maar als je de verschillende lieden hier samenneemt, en het album in zijn geheel beluistert, lijkt het alsof de heren van Foals het soms té veilig spelen. Dat zorgt voor een spanningsveld dat nooit schokken geeft. Het doet een mokerslag van een lied als ‘Mountain at My Gate’ overkomen als iets geveinsd.

Contradictorisch genoeg ligt bij die relatieve saaiheid precies ook de kracht van dit album, want het klinkt eigenlijk helemaal niet zo saai. Het album biedt net genoeg om de aandacht te houden, en houdt je toch nog in de comfort-zone van wat je verwacht had te horen. Op die manier is de sfeer die Foals hier creëert best te smaken en kan je individuele liedjes zalig opslorpen met veel genot. Als album, in zijn totaliteit, gaat de plaat spijtig genoeg wel slepen naar het einde toe.

A Knife In The Ocean’, de afsluiter, is ondanks alles wel een geweldige afsluiter. Het klinkt alsof Foals hun beste Coldplay wilden bovenhalen, en ze doen dat goed—misschien zelfs iets te overtuigend.

Maar wacht, wat is het nu? Het album is een paradox voor mij. Er zijn elementen die ik opnieuw en opnieuw wil horen; er zijn andere dingen die me koud laten (ik kijk naar jou, 'Albatross'). Verder dan dat gaat het ook niet: sommige nummers zeggen me niets, andere zijn steengoed. Dit album zal echter wel nog lange tijd in de CD-speler zitten terwijl ik probeer te achterhalen of ik het nu echt goed vind, want hoewel Foals met weinig echt nieuws voor de dag komen, komen ze toch nog met kwaliteit aanzetten.


Score: 65/100


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen